Kan de ggz zonder zzp’ers? De Nederlandse ggz, brancheorganisatie van ggz-instellingen, legde die vraag voor aan vier professionals. De meningen lopen uiteen — van “de ggz is beter af zónder zzp’ers” tot “wie denkt dat de ggz zonder hen kan, moet eerlijk zeggen wie er dan morgen komt werken.” Het is een interessante discussie. Maar er ontbreekt één stem: die van de zzp’er zelf.
René Dongelmans, voorzitter van Comité ZZP, wees daar in de reacties op. Er zijn honderdduizenden zorgprofessionals werkzaam in de ggz. Dat zijn de mensen die inhoudelijk iets kunnen zeggen over de meerwaarde, het nut en de noodzaak van zzp-inzet. De Nederlandse ggz laat die niet aan het woord. Bestuurders creëren zo hun eigen realiteit — en laten zorgprofessionals en hun patiënten in de kou staan.
De cijfers: tekort groeit, zzp’ers onmisbaar
De arbeidsmarktcijfers liegen er niet om. De ggz kent de hoogste vacaturegraad van de hele sector zorg en welzijn en kampt met grote tekorten in gespecialiseerd personeel. Het arbeidsmarkttekort in de ggz neemt toe van ruim 10.000 personen in 2025 tot bijna 12.000 personen in 2035. En dat terwijl het aantal medewerkers in de ggz-branche de komende tien jaar naar verwachting licht daalt — van 129.900 in 2025 naar 129.200 in 2035.
De gevolgen zijn concreet. Ggz-organisaties geven aan dat teams tijdelijk moeten sluiten wanneer een cruciale specialist — zoals een psychiater — ontbreekt: “Ook al heb je genoeg verpleegkundigen, als je die psychiater niet hebt, kan je de boel gewoon sluiten.”
In die context is de vraag of de ggz zonder zzp’ers kan allesbehalve theoretisch — ze is urgent. Het aandeel zzp’ers in de zorg als geheel groeide van 7% in 2014 naar 11% in 2024 — goed voor 157.000 zelfstandigen. Die groei is geen toeval: het is een directe reactie op krapte, wachtlijsten en de onmogelijkheid om snel genoeg vaste professionals te werven.
Vier visies, één blinde vlek
De Nederlandse ggz presenteert vier stemmen. Vakbondsbestuurder Elise Merlijn (FNV) vindt dat de ggz beter af is zonder zzp’ers en pleit voor strategische personeelsplanning en flexpools van vaste medewerkers. Eddo Spijkman, eigenaar van freelanceplatform Interim GGZ, stelt dat zzp’ers onmisbaar zijn — maar dan wel als echte zelfstandigen, niet als verkapte werknemers. Fred Paling, bestuurder van GGZ inGeest, erkent dat flexibiliteit nodig is maar ziet genoeg alternatieven: detachering, flexpools, uitzendbureaus. Sander Paas, oprichter van zorgbemiddelingsbureau PRTD, is het meest stellig: de ggz kan niet zonder zzp’ers, punt.
Wat opvalt: drie van de vier geïnterviewden zijn bestuurders of werkgevers. De zzp’er in de zorg — de professional die dagelijks op de werkvloer staat — komt niet aan het woord. Dat is een gemis, want juist die professional weet wat er in de praktijk speelt.
Wat de rechter zegt
De discussie over zzp’ers in de zorg wordt te vaak gevoerd op basis van het frame dat de Belastingdienst de afgelopen jaren heeft neergezet: intramurale inzet, gebruik van systemen van de opdrachtgever en werken voor patiënten van de organisatie zouden per definitie wijzen op schijnzelfstandigheid.
De rechter denkt daar anders over. Eerder deze week oordeelde de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een uitspraak over een zelfstandig logopedist dat er géén sprake was van een arbeidsovereenkomst — ondanks intramurale inzet, één opdrachtgever en gebruik van materialen van de praktijk. Doorslaggevend was de afwezigheid van gezag: de professional bepaalde zelf hoe de zorg werd verleend. Wkkgz-verplichtingen zijn geen gezag vanuit de werkgever, maar een nationale wettelijke verplichting voor iedere zorgprofessional.
Die uitspraak is relevant voor de ggz-discussie. Wat Fred Paling beschrijft als onvermijdelijk kenmerk van zorgverlening — werken binnen een organisatie, met protocollen, voor cliënten van de instelling — is volgens de rechter geen bewijs van schijnzelfstandigheid. Het gaat om de gezagsverhouding. Niet om de werkomgeving.
Angst als beleidsinstrument
Het probleem is dat veel ggz-instellingen niet op basis van een rechterlijk oordeel hebben besloten te stoppen met zzp-inzet, maar op basis van angst voor naheffingen. Die angst is begrijpelijk — maar leidt tot besluiten die niet noodzakelijk juridisch verplicht zijn en die de zorgcontinuïteit direct raken.
Intussen wordt de Zelfstandigenwet uitgewerkt als opvolger van het geschrapte VBAR-voorstel. Tot die wet er is, blijft de onzekerheid bestaan. En zolang die onzekerheid bestaat, blijven instellingen kiezen voor de veilige weg — ook als die veilige weg leidt tot gesloten teams, oplopende wachtlijsten en zorgprofessionals die nergens terechtkunnen.
De vraag die niet gesteld wordt
De Nederlandse ggz vraagt zich af of de sector zonder zzp’ers kan. Maar er is een andere vraag die minstens zo urgent is: wat gebeurt er met de zorgcontinuïteit als instellingen uit voorzorg alle zzp-inzet afbouwen, terwijl de rechter aangeeft dat dat helemaal niet noodzakelijk was?
Sander Paas formuleert het het scherpst: cliënten hebben geen tijd voor ideologie. Zij hebben nu zorg nodig. Die constatering geldt ongeacht de contractvorm van de professional die die zorg levert.
Bronnen: de Nederlandse ggz, maart 2026 · AZW trendrapportage GGZ 2025 · Rijksoverheid.nl
Het bericht GGZ verdeeld over zzp’ers — maar de professional zelf krijgt geen podium verscheen eerst op ZZP Nieuws | Het Laatste Nieuws & Advies voor Zelfstandige Ondernemers.

Leave a Comment
You must be logged in to post a comment.